“ Dit ademwerk beoogt steeds zichzelf te leren kennen, zichzelf te ervaren, en gaat zo diep, dat je er niet omheen kan" Cornelis Veening



De ademhaling is net als bijvoorbeeld de hartslag en de stofwisseling, een vegetatieve, zichzelf regulerende functie, die aangestuurd wordt vanuit het ademcentrum in de hersenstam.  Hartslag en stofwisseling kunnen we niet met onze wil sturen. Met de ademhaling kan dat wel. Dat doen we vanuit het gedeelte van de hersenen dat evolutionair gezien jonger is, de hersenschors. Alle levende wezens hebben een hersenstam, alleen de mens heeft deze neocortex.

Het was de Nederlandse zanger Cornelis Veening, die rond 1930, geïnspireerd door de ideeën van
C.G. Jung
en het taoïsme een weg vond om de werkzaamheid van de vegetatieve adem te ervaren.
In een behandeling kon de mens onder zijn handen de eenheid van lichaam, ziel en geest beleven.
Hij zag dat ademen meer is als een fysiologische functie. De adem biedt ook een toegang tot de ziel. Veening sloeg daarmee een nieuwe weg in tussen soma- en psychotherapie.

Veening’s ademleer ontstond in Berlijn. Ilse Middendorf (1910- 2009) was daar dertig jaar zijn leerling. Door hem aangemoedigd ontwikkelde zij de “ervaarbare adem”, vanuit de overtuiging dat het natuurlijke ademritme wordt verstoord, als we "vanuit ons hoofd" (= de hersenschors) de adem willen verdiepen of anderszins reguleren. Vele jaren lang ging zij dagelijks op haar kruk zitten en ontdekte zo, onderzoekend, in de adem verschillende wetmatigheden en vond woorden voor tal van lichamelijke en geestelijke ervaringen. Wil je Ilse aan het werk zien, kijk dan hier

Naarmate ik zelf de door Ilse Middendorf geformuleerde ademwetten beter leerde kennen en doorgronden, was ik steeds weer verrast en intens geboeid. In al zijn eenvoud gaf "de ervaarbare adem" mij levensvreugde, helderheid en meer voeling met de zin van het bestaan. Als adempedagoog is het mijn bezieling jou je natuurlijke adem en diens wetmatigheden te laten ervaren. Behandeling en oefeningen zijn een uitnodiging om contact te maken met de nog onbewuste adem en deze toe te laten. Door met aandacht naar de “oeradem” te luisteren, ontmoeten we het wezenlijke in onszelf.
Deze ervaring geeft het leven een extra dimensie en werkt door in het hier en nu.